zondag 30 oktober 2011

Smyrnatapijt uit Izmir

De vorige keer schreef LinguaLog over panini, een woord dat eigenlijk meervoud is, maar door de Nederlanders niet meer zo gezien wordt. Er zijn heel veel woorden waarbij iets dergelijks gebeurd is. En niet alleen bij ons: in deze column komt een aantal foutief geleende woorden uit allerlei talen aan bod.
Om bij het Italiaans te blijven: salami is ook zo'n niet-begrepen meervoud. Het is het meervoud van het woord salame, dat gezouten vleeswaar betekent. De meeste talen kennen alleen de vorm salami, zonder zich te realiseren dat het meervoud is. Het Italiaans zelf schrijft het natuurlijk correct: salame italiano. Trouwens: in het Japans heet het sarami, want daar kennen ze de l niet.
Een ander verkeerd begrepen woord is sherry. Het is afgeleid van de Spaanse landstreek Jerez. De Engelsen maakten daar sherries van, wat ze als meervoud beschouwden en waarvan ze vervolgens het enkelvoud sherry maakten.

Weer een ander geval is de vorming van het woord denim. De stof waar het over ging, was serge, een dicht geweven stof van wollen kamgaren, later ook van katoen. Die stof kwam uit Nîmes: de Nîmes. Dat werd niet meer begrepen en men verbasterde het tot denim.

De meeste fouten zijn gemaakt doordat het lidwoord uit de oorspronkelijke taal aan het geleende woord gekoppeld werd. Heel bekend zijn allerlei woorden die met al- beginnen, het Arabische lidwoord: algebra, alcohol, albatros. Maar ook eldorado uit het Spaans en lommer, dat afgeleid is van het Franse l'ombre, schaduw.
En omgekeerd werd een letter soms ten onrechte als lidwoord beschouwd: adder luidde oorspronkelijk nadre, wat men opvatte als 'n adder, waarna die n wegviel.
Smyrna vóór de verwoesting door de Turken in 1922

Om terug te komen op de titel van deze column: de Turkse stad Izmir had oorspronkelijk een Griekse naam, Smyrna/Smyrni. In het Grieks is het gebruikelijk om ook bij namen het lidwoord erbij te zetten: i Smyrni. De Turken begrepen dat lidwoord niet en plakten het aan de naam vast.
Ook de naam Istanbul is zo tot stand gekomen. De Griekse naam was i Konstantinoupoli (stad van Constantijn), vaak afgekort tot Poli. En als daar naartoe ging, zei je 'is tin Poli', naar de Stad. Ook daarvan dachten de Turken dat het één woord was.

Misschien zijn er lezers van deze column die nog meer van dit soort woorden kennen.
LinguaLog houdt zich aanbevolen!

zondag 16 oktober 2011

Tomaten

Het volgende bord kwam LinguaLog tegen in een bedrijfskantine:


Lekker, zo veel tomaten, dacht zij, maar ze werd toch een beetje teleurgesteld. Gelukkig levert het wel weer inspiratie voor een column.
Laten we daarom vandaag eens een quiz doen. De vraag is: welke zin is goed gespeld?
          Vandaag onze lunch-special:
          A   panini met tros tomaten
          B   panini met TROS-tomaten
          C   panini met trostomaten
          D   panini met Tros' tomaten

Het antwoord luidt: alle antwoorden zijn goed.
Had u niet gedacht, hè? U had natuurlijk antwoord C gekozen. LinguaLog in eerste instantie ook.
Laten we alle mogelijkheden eens bekijken.
A   Als je dit bestelt, zou je broodjes moeten krijgen waarin een hele tros tomaten verwerkt is. Heel lekker als je een tomatenliefhebber bent.
B   TROS-tomaten: LinguaLog acht het niet waarschijnlijk dat de omroepvereniging TROS speciale tomaten heeft, maar omroepen doen tegenwoordig de gekste dingen om aan leden te komen, dus waarom niet?
C   Trostomaten zijn tomaten die per vijf à zes stuks aan elkaar verkocht worden. Voorlopig vinden we dit dus de beste spelling, maar wacht, deze column is nog niet afgelopen!
D  Tros' tomaten zijn tomaten van tomatenkweker Tros. LinguaLog kent zijn of haar voornaam niet, maar het bekt niet slecht, met een alliteratie bovendien.

Daar komen we dus niet uit. Laten we eens naar het woord panini kijken. Panini is een Italiaans woord. Het is het meervoud van het woord panino, het verkleinwoord van pane, brood. Panini zijn dus broodjes. Zo bekeken is antwoord A zo gek nog niet: je krijgt een aantal broodjes waarin een hele tros tomaten verwerkt is. Eén tomaat voor vier of vijf broodjes is een beetje krenterig. Bij antwoord C blijft het aantal tomaten ongewis, dus je moet maar afwachten of je waar voor je geld krijgt.
Maar wat wil het geval: je krijgt maar één broodje als je panini bestelt. En dan is een hele tros tomaten erop een beetje veel. Het is voor LinguaLog een beetje wennen, want zij kent Italiaans, maar gelukkig voor de restauranthouder kennen de meeste Nederlanders dat niet. Die weten dus niet dat ze afgezet worden. Waarschijnlijk weet ook de restauranthouder niet dat panini eigenlijk meervoud is. Buiten Italië is men dat vergeten, want je komt overal het woord panini's of paninis tegen, als het werkelijk om meer broodjes gaat.
Op 6 juli schreef LinguaLog over het dubbele meervoud in woorden als kinderen en eieren, en met panini is dus hetzelfde aan de hand.
Hopelijk wordt uw broodje ruim belegd met tomaten, want lekker fris is het wel.
Eet smakelijk!

zondag 9 oktober 2011

Geld stinkt niet

Geld stinkt niet: in deze tijden van economische crisis is dit een spreekwoord dat de bankiers onder ons zal aanspreken. In de kranten lezen we dat de directeuren van grote ondernemingen weer bonussen ontvangen, alsof er nooit een crisis is geweest.
Geld stinkt niet betekent: het maakt niet uit hoe je je geld verdient.
Gezellig samen naar de wc in Ostia
Zou van daaruit Rome bestuurd zijn?
De oorsprong van deze uitdrukking ligt in het Romeinse keizerrijk. Keizer Vespasianus had geld nodig. Het was crisis geweest in Rome na de regering van de megalomane Nero en de woelingen van het zogenoemde driekeizerjaar (68-69 na Chr.). Vespasianus herstelde de rust, maar de staatskas kon wel een injectie gebruiken. Daartoe herstelde de keizer onder meer de urinebelasting van Nero. Urine werd gebruikt in de vollerijen. Het werk van een voller bestond erin om wol te laten vervilten om deze stevig en waterdicht te maken. Daarvoor werd urine gebruikt. De meeste mensen deden hun behoeften in openbare toiletten, en hun urine werd daar verzameld voor de vollerijen. De vollers moesten voor die urine dus belasting betalen. Titus, de zoon van Vespasianus en zelf later ook keizer, maakte tegenover zijn vader opmerkingen op deze urinebelasting. Het antwoord van Vespasianus was dat er geen luchtje aan dat geld zat, ook al kwam het van de urine (e lotio est).
Lotium hangt trouwens samen met ons woord lotion. Lotium komt van het Latijnse werkwoord lavare, wassen: het wassen van de wol in de vollerijen dus. In Latijnse woordenboeken staat bij lotium trouwens uitsluitend de betekenis urine. Lotion komt van het Latijnse woord lotio, het wassen.
Vespasianus heeft dus niet letterlijk gezegd: "Pecunia non olet", geld stinkt niet. Die spreuk dateert uit later tijd. Maar de oorsprong ervan ligt wel degelijk bij Vespasianus.
En hij heeft zich vast niet gerealiseerd wat hij met zijn uitspraak aangericht heeft: in Frankrijk heet een openbaar urinoir nog steeds een vespasienne.
En tot in de twintigste eeuw werd in Tilburg urine verzameld voor de textielindustrie. Maar daarover in een later blog.

zondag 2 oktober 2011

De oudste Nederlandse woorden

LinguaLog is jarig geweest en heeft twee mooie boeken gekregen, beide een soort taalencyclopedieën, die je wel even van de straat houden.
Die boeken zijn samengesteld door Nicoline van der Sijs, een taalkundige en etymologe die al meer van dit soort boeken gepubliceerd heeft. Zij schrijft vooral over de geschiedenis van het Nederlands en de etymologie van de Nederlandse woordenschat. In 2010 heeft zij de website etymologiebank.nl opgericht, een verzamelbank van etymologische woordenboeken.
Een van die boeken is een soort taalkalender van het Nederlands: alle belangrijke taalfeiten sinds de verovering van onze streken door Julius Caesar op een rijtje. Die feiten had Van der Sijs al eerder verzameld in haar Chronologisch Woordenboek uit 2002. Zoals dat in onze moderne tijd helaas gaat, is dat boek, nadat de eerste oplage uitverkocht was, niet meer herdrukt. Gelukkig is het wel te downloaden via de site www.dbnl.nl, de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren, waar heel veel oude Nederlandse boeken en literatuur te vinden zijn.

Zo kwam LinguaLog het oudste Nederlandse woord tegen. Dat is het woord wad, doorwaadbare plaats. Het dateert uit het jaar 107, dat wil zeggen: uit dat jaar dateert de tekst waarin het vermeld wordt. Het gaat om het Betuwse dorp Wadenoijen, waarvan de naam afgeleid is van wada (vada) en oye (weideland). Wad is trouwens niet afgeleid van Waddenzee, want die bestond in die tijd nog niet. Het woord komt ook in het Latijn voor, vadum, met dezelfde betekenis.

Wad is trouwens geen Latijns leenwoord: zoals trouwe lezers van LinguaLog hebben kunnen lezen, stammen beide talen af van het Indo-Europees. Er zijn 'oerwoorden', woorden die van alle tijden en plaatsen zijn (zoals telwoorden en familierelaties), en daartoe behoort ook het waden door ondiep water (in het Latijn vadere).

Het tweede woord is het telwoord twee, voor het eerst opgetekend ca. 230.

Het derde woord uit het Nederlands dateert uit ca. 300: tricht/trecht. Dat is een Latijns leenwoord, traiectum, dat ook oversteekplaats betekent. We komen het nog tegen in namen als Utrecht, Maastricht en Dordrecht.
Er is nog een woord met dezelfde betekenis: voorde. De eerste vermelding is uit 779 en we zien het nog in Amersfoort en Helvoirt, en buiten het Nederlands in Frankfurt en Oxford. Voorde hoort bij het werkwoord varen, in de betekenis van gaan.

Voor geïnteresseerden zijn hier de gegevens:
Nicoline van der Sijs, Calendarium van de Nederlandse Taal, Sdu Uitgevers, ISBN 9789012117371.

Het tweede boek dat LinguaLog gekregen heeft, is een leenwoordenboek. Daarover in een latere column meer.